Op 16 oktober 1791 is de bouw van het kerkorgel voltooid. Het werd gebouwd door de Amsterdamse orgelmaker Johannes Strumphler. Het beeldhouwwerk werd vervaardigd door David Mulder uit Utrecht. Het orgel is aan de kerkvoogdij geschonken door de ambachtsheer A. van den Berg en zijn echtgenote.

Het in Lexmond aanwezige orgel is 1 van de 3 orgels die door Strumphler zijn gebouwd. In 1786 bouwde hij het orgel voor de Doopsgezinde kerk “De Zon” te Amsterdam en in 1803 het orgel voor de Doopsgezinde kerk te De Rijp. Laatstgenoemd orgel is nu aanwezig in de Remonstrantse Geertekerk te Utrecht, welk orgel model heeft gestaan voor de restauratie van het Lexmondse orgel. In 1925 is het orgel grondig gerestaureerd door de firma Gabry en Zonen te Gouda. In het front werden de pijpen vernieuwd met 75% tin, hetgeen voor die tijd een unicum genoemd mag worden. In het midden van de jaren 50 vond wederom een aanpassing plaats. Tijdens de restauratie van de kerk werd het orgel toen verplaatst van het zuidertransept naar de westelijke torenwand. Door de firma van Leeuwen werden toen veranderingen aangebracht, waarvan achteraf in de praktijk is gebleken, (ondanks dat er octrooi werd verleend op dit toegepaste systeem) dat dit niet voldeed.

Orgel tijdens rest Orgel na rest

De door de kerkvoogdij ingestelde orgelcommissie kreeg in 1978 de taak met een restauratieplan te komen. Door de orgelcommissie werd een orgeladviseur aangetrokken, te weten de heer Hans Erné uit Utrecht. Hij beschreef in zijn rapport de staat van het orgel als volgt: Buitengewoon slecht bespeelbaar; van alle mechanische delen is niets meer origineel, de huidige aanleg voldoet op geen enkele manier.

 

Aangezien er nog veel origineel pijpwerk aanwezig was, was het advies het orgel in de oorspronkelijke staat terug te brengen. Ook het uiterlijk – orgelkas en balustrade – was alleen al een restauratie waard.

De opdracht tot restauratie is gegeven aan Flentrop Orgelbouw te Zaandam. De restauratie duurde van 1 september 1982 tot en met 31 mei 1983.

Overzicht grote werkzaamheden

J.S. Strumphler

1791

bouw

 

         

Gabry en Zonen

1925

restauratie

 

 

 

 

W. van Leeuwen Gzn.

1957

restauratie en verplaatsing naar het schip van de kerk

 

 

 

Flentrop Orgelbouw

1983

restauratie

mechanische sleepladen; toonhoogte a’ = 435Hz. 

In 1957 werd het orgel verplaatst van de zuidwand naar de westwand. Ook is er toen een vrij pedaal toegevoegd. Circa elf registers bestaan nog uit pijpwerk uit 1791. In 1998 is de intonatie van de tongwerken herzien.

Hoofdwerk

Bovenwerk

 

Bourdon

16'

 

 

Holpijp

8'

 

 

Manuaalkoppel (b / d)

Prestant

8'

 disc.II

Quintadeen

8'

 

 

Roerfluit

8'

 

Prestant

4'

 

Viola di Gamba

8'

 

Fluit

4'

 

Manuaalomvang

C - f'''

Octaaf

4'

 

Gemshoorn

2'

 

Pedaal (aangehangen)

C - d'

Roerquint

3'

 

Cornet

IV

 disc.

 

Superoctaaf

2'

 

Dulciaan

8'

 b / d

Sexquialter

II-IV

 b / d

 

Mixtuur

IV

 

tremulant

Fagot

16'

 

 

Trompet

8'

 b / d